Ogham
Idad is vrijwel zeker de taxus, en haar kenningen gaan over ouderdom: oudste der bomen, schoonste der ouden. De tweede frase gebruikt een woord dat zowel naar oude mensen als naar oude dingen verwijst, waardoor de letter reikt naar het voorgeslacht. Deze week bevindt zich naast alles wat urgent voelt iets wat al heel lang bestaat: een familiepatroon, een oude regeling, een instituut, of iemand die er al was voor het huidige probleem en er ook na afloop nog zal zijn. Laat die vergelijking de schaal bepalen. Veel van wat dringend lijkt, oogt daarnaast opeens klein, en dat relativeert zonder te ontmoedigen. Idad is tevens de laatste van de twintig letters, de vijfde inkeping, het punt waarop een reeks compleet is. Loopt er iets ten einde, beschouw het dan als afgerond in plaats van mislukt, en vraag een oudere wat die zich herinnert van hoe het ooit begon.