Ouder Futhark
Thurisaz verenigt de reus en de doorn, en het Angelsaksische gedicht is over die laatste glashelder: vlijmscherp voor elke krijger, pijnlijk om vast te grijpen, meedogenloos voor wie ertussen rust. De rune is een kracht die werkt en iedereen verwondt die er onvoorzichtig mee omspringt. Iets van vandaag heeft die eigenschap: een afweer, een grens, een noodzakelijke scherpte. Benut haar, maar leun er niet behaaglijk tegenaan. De doorn vervult zijn functie door simpelweg op zijn plek te blijven staan, niet door hem in de hand te klemmen.